1. Kijk eerst rond, observeer de dieren die je wil fotograferen. Zoveel te meer je van hun gewoontes kent, zoveel te beter kun je ze op plaat vastleggen. Dieren zijn dikwijls gewoontebeestjes, komen op bepaalde tijden op bepaalde plaatsen naar buiten.

2. Wees zo onopvallend mogelijk. Als je het dier gezien hebt, beweeg dan niet abrupt. Sluip langzaam aan telkens ietsjes korter bij, maar weet dat er een bepaalde grens is die je niet mag overschrijden want dan zijn ze weg.

3. Je bent natuurlijk onopvallender voor de dieren als je ofwel camouflage kleding draagt, of een tentje of camouflagenet over je hebt staan. Een oude paravent kan vb wonderen doen, je maakt er een opening in om je camera door te steken, je zet je camera op een statief met het objectief in die opening en dan maar wachten…

4. Dieren ruiken goed, let er dus goed op de windrichting wanneer je een plaats zoekt om je op te stellen.

5. Gebruik geen flits, daarmee schrik je de dieren af.

6. Focus vooral op de ogen, die moet je proberen scherp op de foto te krijgen.

7. Persoonlijk vind ik het leuk om een wazige achtergrond te hebben. Dat wil zeggen dat je je fototoestel instelt op een groot diafragma (klein getal).

8. Indien je snelle dieren wil fotograferen, gebruik dan een hoge sluitertijd. Dat komt eigenlijk ook goed uit voor die wazige achtergrond, want hoe snellere sluitertijd je gebruikt, dat zal het diafragma altijd groter maken (let op dat is dus weer een kleiner getal).

9. Het is ook een aanrader om, waar het kan, het dier te fotograferen op ooghoogte van de dieren.

10. Soms geeft het een fantastisch effect om vanuit kikkerperspectief te fotograferen. Het kan een klein diertje groter en indrukwekkender laten overkomen.

Ik hoop dat deze info jou een beetje geholpen heeft.

Advertenties